Nonsens

Dansen Dansen

Verschillende diepgravende onderzoeken (ja ook ik lees de Flair)  hebben uitgewezen dat vrijgezel-zijn in deze moderne tijd, toch geen sinecure is. Zeker als je al een eindje op je uppie door het leven huppelt. Die bezorgde blikken van je ouders worden bezorgder, die idiote opmerkingen van kennissen (“kies er gewoon één” – ja want zo werkt het) worden soms heel erg idioot en die flauwe moppen van Nonkel Jos, worden flauwer. En fouter.
Het komt er eigenlijk op neer dat je net niet met een lepra-bel je aanwezigheid moet aankondigen.

Nu, vrijgezel zijn tijdens de Gentse Feesten is toch een ander paar mouwen. Ik weet niet wat het precies is, maar de combinatie van losbandige muziek, brandend weer en de belofte van sloten alcohol brengt het vreemdste in een mens naar boven. Soit, het brengt gewoon de meest exuberante figuren naar buiten. Ik heb er gelukkig geen last van want recentelijk is gebleken dat die verlovingsring van mij magische krachten bezit: het beschermt me tegen allerlei soorten nonsens en excentrieke personen.
Maar ieder jaar zie ik mijn vriendinnen weer ten prooi vallen aan de meest uitgesproken stervelingen die onze maatschappij te bieden heeft. Ondanks de parels van vorig jaar, blijkt deze editie van de Gentse Feesten een absolute topper te zijn.

Wat mij vooral is opgevallen, zijn de openingszinnen. Ik heb een klein vermoeden dat P-magazine een grote enquete heeft gepubliceerd met de nieuwste voltreffers want iedere vrijgezellen man is er blijkbaar van overtuigd dat een compliment betreffende een accessoire de ultieme ijsbreker is. Oorbellen, sjaals, schoenen, … alles is ondertussen de revue gepasseerd en blijkbaar zijn ze allemaal ge-wel-dig mooi.
Een andere openingszin-trend heeft dan weer betrekking op onze voeding. Het is duidelijk dat de belg een echte bourgondiër is en dat weet hij te betrekken in iedere situatie. De mooiste opener van dit jaar is de uitspraak “Mayonaise?” die gevolg werd door een zeer indringende blik en zure walm van drank. Uiterst origineel en doordacht want iedereen lust wel mayonaise.

De feesten zorgen altijd voor een grote influx van individuen die niet woonachtig zijn te Gent. Tien dagen lang passeert klein Vlaanderen voor je neus en dat is geweldig fijn want zo leer je weer iets anders kennen. Maar sommige ontmoetingen zijn eerder een grote beproeving voor het geduld. Bv. Casus 1

Enthousiaste jongeman
leeftijd: 29 jaar
consummatie: 1 pintje

(na een niet zo vlotte openingszin start hij bij vriendin 1)  “Wat doe jij?” – “Ik werk in een museum” – “als gids dan” – “Nee” – “ah dan stof jij dingen af” – “Nee”

(keert zich naar vriendin 2) “En jij?” – “Ik ben illustratrice…ik teken vooral kinderboeken” – “Ah gelijk nijntje, zo wat tekenen op karton en dan heb je een boekje. Jij hebt dan veel vrije tijd en schept veel geld” – “NEEN”

Het is een klein stukje van een heel pijnlijke situatie maar naar mijn menig toont het mooi aan dat sommige Vlamingen nog steeds “het internet” niet ontdekt hebben. Of de krant. Of de televisie. Of gelijk welk informatiekanaal. Wereldvreemd is het woord.

Wat ook vaak voor een ongemakkelijke situatie zorgt, is wanneer een groep mannen beslist om hun laatste vrijgezellen vriend aan een lief te helpen. Dat op de Gentse Feesten en dan kiezen ze jou eruit als welwillend slachtoffer. De vrijgezel in kwestie zie je vaak niet (want die is zich uit schaamte aan het verschuilen) maar zijn vrienden compenseren het gemis ruim door middel van een lofzang. En wanneer het bejubeld eufemisme “Maar het is een goede jongen” valt, weet je dat het tijd is om te lopen. Alles wat na die zin volgt, is sowieso miserie.

Afronden doe ik graag met een conclusie: een valse identiteit is geen overbodige luxe om een Gentse Feesten zorgeloos door te komen.

 

All-The-Single-Ladies_o_107702

 

 

 

 

 

Standaard
Musical Mondays, Nonsens

Ik heb een heel zwaar leven

Mijn wasmachine heeft de doodssnik geven. Zo net voor we op reis vertrokken. En na 30 buitenzinnige telefoontjes naar een obscure helpdesk, wisten ze me te vertellen dat ze pas volgende week de boel komen herstellen. Hoogst traumatiserend.

Gelukkig is er toch één iemand die me hard verstaat.

 

Standaard
Out and about

La dolce vita

De Blandijnberg ligt er zo goed als verlaten bij, het stad begint lichtje naar de Gentse Feesten (aka kots, urine en plantaardige drugs) te ruiken en menig puber heeft zijn gruwelijke legging ingeruild voor een paar shorts. Het is zomer mensen.
Nuja, de term ‘zomer’ gebruiken hier in België, blijft behoorlijk risqué. De kans dat we een goddeloze hagelstorm op ons dak krijgen, blijft realistisch. Daarom trekken wij een dikke week naar Italië. In navolging van de Romeinse perversie, wordt het een week lang op zeer decadente manier leven en overleven. U leest het goed, dat wordt geheel verantwoord aperitieven om 14u ‘s middags. Tchin Tchin.

Maar reizen brengt toch altijd wat onnodige stress en perikelen met zich mee. Stress en perikelen die makkelijk te ontwijken zijn door een goede organisatie en wat doordacht plannen. Maar zo zijn we niet. Dus trekken we altijd in een waas van hysterie richting buitenland.
De pijnpunten variëren naargelang de reisplannen, maar enkele topic zijn ondertussen toch een vaste waarde geworden.

Zoals: onze planten. Correctie, het laatste beetje groen dat moedig voor zijn leven blijft vechten.
Ondanks mijn West-Vlaamse afkomst, heb ik absoluut geen voeling met de natuur. Ik ben er heilig van overtuigd dat het nooit genoeg regent (ja want het regent nooohoooit in België), dus verdrink ik mijn eigen planten meestal in grote volumes water. Het is geen opzet, het is echt uit liefde en bezorgdheid. Het ongeloof is dan ook vreselijk groot eens ik merk dat een zoveelste plant  aan een stille dood sterft.
Ondertussen staat ons huis vol ven cactussen en vrouwentongen, want Mijn Beste vond het onnodig om nog geld uit te geven aan exotische planten. Sterven doen ze toch.
Keer op keer is het paniek voor we vertrekken; wie zal de planten verzorgen?! Niet dat eigenlijk water nodig hebben maar gelukkig hebben we twee heerlijke, flexibele buurvrouwen.

Een ander iets, is de was. Moest het van Mijn Beste afhangen, dan heb je eigenlijk drie paar onderbroeken en één zwemshort nodig om een week Italië te overleven. Wat mij betreft: net iets anders. Ik ben graag voorbereid op eender wat voor een scenario: tyfoon, apocalyps of zandstorm. Dat betekent dus dat mijn kleerkast integraal mee verhuist. Hence: de was moet erdoor.
Weken voor vertrek heb ik mijn wasprogramma klaar;  net als een Zwitsers zakhorloge werk ik alle wasjes punctueel en minutieus af. Een lege wasmand dat netjes in de badkamer staat te prijken, maakt me dan ook bijzonder gelukkig.
Het is dan ook vuur spuien als Mijn Beste de dag van vertrek meldt dat zijn broek ab-so-luut gewassen moeten worden want die moet ab-so-luut mee op reis. Het zal toch ooit eens uitmonden in een passionele moord, mark my words.

 

 

Standaard
Bakken met Sstrid

Getest

Het zijn donkere, donkere, donkere tijden ten huize Vergauwe-Vassallo. Nuja, eerder ten huize Vergauwe dan Vassallo want Mijn Beste is behoorlijk in zijn nopjes. Dat WK, het kan me toch niet echt bekoren. (Nee, sorry ‘bekoren’ is het woord niet, vervang dat maar door ‘regelrechte haat’)
Als een wel geoliede Duitse machine, zit mijn Mijn Beste stipt om 18u klaar voor een marathon aan voetbal. Ook de matchen die om middernacht worden uitgezonden, worden steevast bekeken. Zijn liefde gaat diep, maar mijn bed voelt bitterkoud aan.
De kers op deze intrieste taart is het feit dat ik mijn televisie kwijt ben. Ik weet niet hoe andere lotgenoten dit oplossen, maar die dagelijkse televisionele bagger bekijkt zichzelf niet.

Ik heb me er bij neergelegd dat dit droef verhaal nog een aantal weken zal duren. Uit pure noodzaak ben ik op zoek gegaan naar een nieuwe hobby. Dankzij zwaar wetenschappelijk onderzoek (dank u google) kon ik alles beperken tot deze shortlist: messen werpen, vervaardigen van Duct tape kunst, giraffen temmen en kleiduivenschieten. Al moet ik nu toegeven dat bepaalde activiteiten toch zeer specifieke problemen met zich mee brengen. Ik zo een vermoeden dat Pairi Daiza hun giraffen geen maanden kunnen missen. En een abonnement bij de spoeddienst zie ik ook niet echt zitten.

Gelukkig hadden de mensen bij UPR een veiliger voorstel: geheel vakkundig een Sodastream testen.
Ik ben zo iemand dat oprecht veel van haar huishoudtoestellen houd. Alles wat mijn leven makkelijker maakt, verdient een beetje liefde. Zo intrigeert het idee dat ik nooit meer met een pak frisdrank moet lopen zeulen, mij enorm.
Na een paar dagen geklooi en gefoefel met die Sodastream, ik kan oprecht zeggen dat ik vreselijk fan ben van het ding. Niet alleen is het bijzonder praktisch, het is vreselijk optioneel. Of je nu fruitsap, frisdrank of gewoon spuitwater verkiest, het is allemaal mogelijk.  Daarbij kan je zelf  bepalen hoe zoet je je drank maakt. Niet alle smaken zijn even sensationeel, maar de meeste sappen zijn een goed alternatief voor de klassieke frisdranken.
Wat ik ten zeerste kan appreciëren, zijn de STEVIA limonades en light sappen. Zo kan je toch iets fris drinken zonder je BMI te decimeren of je keel dicht te plamuren met suiker.

Graag had ik nog iets willen zeggen over de kost, maar dat kan ik eigenlijk nog niet echt inschatten. De kost per sap-flacon valt behoorlijk goed mee maar de gas cilinders zijn wat prijzig. Als frequente gebruikers is het even afwachten hoelang die cilinders zullen meegaan.

Afsluiten doen we uiteraard met een fijne tip: The recipe book. Het redmiddel voor iedere ziel die wat creativiteit mist.  Mijn aanrader zijn alle recepten met alcohol. Cheers.

SodaStream-vintage

Standaard
Out and about

This is your captain speaking

Ik ben een laatbloeier. Het heeft zo’n 20 jaar geduurd vooraleer ik het interieur van een vliegtuig heb mogen bewonderen.
Als lid van een extensief gezin – 4 kinderen, een kleine kinderboerderij en 2 goedgelovige ouders- waren vliegreizen nooit een optie. Ieder jaar propte mijn moeder vakkundig ons klein huishouden in een te krappe auto en trokken we richting Frankrijk. Persoonlijk noem ik een 12-uur lange, aircoloze autorit met vier vreselijk boze pubers geen “vakantie”, maar mijn vader blijft volhouden dat het de mooiste tijd van zijn leven was. De man verdient een Nobelprijs.

Ondertussen weet ik hoe Brussel Airport eruit ziet. Niet dat ik maandelijks van de ene internationale hotspot naar de andere sjees (was ik maar fabuleuze Tiany) maar toch genoeg om bij iedere trip “DIT IS ZOOOOOOOOOO AVONTUURLIJK” te gillen. Dat tot grote ergernis van zeer gegeneerde reispartner.

Ook al is mijn vliegreiservaring beperkt, het een en ander is mij toch al opgevallen: ver reizen of niet, enkele al-dan-niet-zo-charmante reisclichés tref je altijd aan tijdens je vliegtrip. In vele gevallen merk je ze niet direct op. Zoals een wel geadapteerde orakeldolfijn begeven ze zich zeer onopvallend door het woelige tumult van de reizende massa. Ze bekennen pas kleur als ze zich in nood wannen.
Nu, tot ons groot geluk lag het computersysteem van Malta Airport plat toen we terugreisden naar België. Inchecken was zo goed als onmogelijk dus tijd zat om onze rondtrekkende medemens van dichtbij te observeren. Apocalyptische taferelen, massahysterie en enkele kleurrijke reisclichés die zich niet meer konden verstoppen:

1. De azijnpisser

Niets is nooit goed, alles gaat eraan en eigenlijk -als ze eerlijk zijn- gaan ze niet zo graag op reis. Heel trouw boeken ze elk jaar een all-in vakantie via een gekende touroperator. Zo wordt het risico/avontuur tot een minimum beperkt en hebben ze standaard iemand om tegen te zagen.

2. Alleenstaande ouder + demonisch kind

Ze zien eruit alsof ze weken psychologische terreur hebben moeten ondergaan (wat waarschijnlijk ook zo is). Het bijhorende kind is veelal bezeten door des duivel en maakt er een sport van om het hele vliegtuig bijeen te krijsen. Als je pech hebt, zit dat demonisch stukje DNA één zetel achter je. Niets is veilig, zeker uw stoel. Dat. Een. Hele. Vlucht. Lang.

3. De heetgebakken jetsetter

Dat zijn diezelfde losgeslagen idioten die voorbij razen in het verkeer om dan uiteindelijk samen jou aan het rood licht moet wachten. Iemand gaat ze toch het forenzen-met-een-vliegtuig-principe eens moeten uitleggen. Of je nu eerst staat bij de check-in of zakkencontrole, het vliegtuig zal noohoooit vroeger vertrekken. Het is dan ook altijd een beetje verbaasd gapen naar die ene driftkikker die trots enkele plaatsen voorbij steekt. Het moet een kick zijn, me dunkt.

4. Complottheorie Cathy

Nu, je moet weten dat donkerhuidige mannen met baarden geen uitzondering zijn in Malta. Het is eerder een norm want alle mannen lopen daar sinds half maart te bakken in de zon. Het was dan ook hard lachen toen een bezorgde medepassagier meldde aan de steward dat ze een ‘verdachte, getinte man met baard’ had zien lopen in de luchthaven. Ze vond het niet toevallig dat het gehele computernetwerk van Air Malta zomaar plat lag.
Ik wou fijntjes antwoorden dat ik een verdachte rugzak had zien staan (want ondertussen stonden die allemaal op de tarmac), maar dat mocht niet van Mijn Beste. Want niet iedereen begrijpt mijn mopjes. En hij wou naar huis.

5. Smooth operator

Die ene dame/heer (ja want ik discrimineer niet) dat net iets té hands on is met het personeel.

6. De instant vakantieganger

Die enkeling dat net niet in zwemshort het vliegtuig op stapt. Die enkeling dat net iets te pro-actief en overenthousiast optreedt in nood-situaties. De enkeling dat iedere passagier bij naam kent vooraleer het vliegtuig landt. Die enkeling die beter reisgids/-entertainer was geworden.

Ik pleit schuldig

slide_269055_1867749_free

 

Standaard
Bakken met Sstrid

Stoven en stuiken

Er moet veel gebeuren vooraleer ik zelf achter de kookpotten kruip. In vele gevallen betekent het weinig goeds en is een brandblusapparaat een noodzakelijk accessoire. Het label ‘keukenprinses’ past dan ook beter bij onze microgolfoven dan bij mij.
Jammer genoeg heb ik een tijdje een kapitale fout gemaakt: mijn wederhelft heeft me doen beloven dat ik een dezer timpana ging maken. Persoonlijk herinner ik me er niets van (lijkt me ook zeer onwaarschijnlijk, ik dat kook-gerelateerde beloftes maak) maar blijkbaar bestaan er hard bewijzen van dit engagement.

Timpana is een traditioneel Maltees pasta-oven-taartgerecht. En net zoals alles in Malta; is het een vreselijk opulent gerecht dat je aders net niet doen dichtslibben. Het bevat alles wat goed en ongezond is voor je lichaam. Met andere woorden, geniaal comfort-eten dat een excellente troost biedt tijdens die ene sadistische week in de maand.
Aangezien Elvea, in kader van de wedstrijd #dotheElveatwist, mij wou voorzien van enkele getomateerde producten, wou ik me wel wagen  aan deze stoutmoedige onderneming. Gelukkig is mijn allerliefste schoonmoeder maar één speed dial-beweging weg. Mijn heldin.

Timpana wordt traditioneel gemaakt met kippenlevertjes, spek, hopen kaas en extra veel bladerdeeg. Maar vermits ik graag mijn 27ste levensjaar zou halen, heb ik geopteerd om het aangepaste, magere recept van mijn schoonmoeder te gebruiken. Caloriearm is het niet, caloriearm zal het nooit zijn.

Het recept zal 4 grote eters voeden en neemt ongeveer 1u30 van je tijd in beslag.

Benodigdheden

500 gr varken/rundgehakt
500 ml passata
1 blikje (140 gr) tomatenconcentraat
500 gr rigatoni of penne pasta
6 eieren (3 hard gekookte, 2 voor de binding, 1 om te glaceren)
125 ml kippenbouillon (of een 1/4 bouillonblokje opgelost in 125 ml warm water)
1 stuk bladerdeeg
2 eetlepels parmezaan (dit kan naar eigen smaak meer of minder worden)
1 grote ui
3 teentjes knoflook
handje vol verse basilicum
grof zeezout
zwarte peper
geraspte muskaatnoot
olijfolie
1 diepe ovenschaal van ongeveer 30 x 20 cm

Stappenplan

1. Ter voorbereiding: laat de oven op 200 graden voorverwarmen, vul een grote pot met water (voor de pasta) en breng deze aan de kook en kook drie eitjes hard.

2. Ondertussen kan je beginnen aan je saus. Eerst bak je de ui, look en basilicum in wat olie. Geen liters olie zoals bij Jerre Meus maar gewoon een goeie geut. Voeg daarna het gehakt toe en roerbak deze tot die gaar is. Voeg daarna de passata, tomatenconcentraat en kippenbouillon toe. De saus werk je uiteindelijk af met peper, zout en vers geraspte muskaat noot.
Kruiden is geen exacte wetenschap, dus dit zal je een beetje op smaak en gevoel moeten doen.

Laat alles 10 minuutjes sudderen zodat het extra vocht kan uitkoken. De saus mag nu eenmaal niet te lopend/nat zijn.

3. Het water van de pasta staat ondertussen flink te koken, dus smijt alle pasta maar in de pot. Normaal heeft rigatoni 11 minuten nodig, maar het is belangrijk dat de pasta al dente de oven in gaat, dus hou het maar op 9 minuten.
Ondertussen kan je ook de hardgekookte eitjes afgieten en in stukjes snijden.

4. Eens de pasta klaar is, kan je zowel de saus als de gekookte eitjes erbij voegen. Roer 2 rauwe eitjes onder het mengsel (om alles te binden) en voeg uiteindelijk de parmezaan toe.
Terug, de één is een grotere kaasliefhebber dan de ander, dus de hoeveelheid parmezaan kan je best zelf bepalen.

5. Kieper als netjes in je ovenschotel, druk het mengsel goed aan met een lepel. Het is de bedoeling dat je pasta nadien,zoals een taartpunt, netjes kan opscheppen. Dek het goedje af met bladerdeeg, druk ook deze goed aan, en glaceer alles met wat ei.

6. Laat alles een dikke 30 min  in de oven garen (tot het bladerdeeg mooi bruin ziet) ET VOILA, de Maltese klassieker is klaar om genuttigd te worden.

Restjes? Geen paniek want zoals alle ovenschotels, wordt timpana beter met de dag. Dat is tot het groen en harig begint te worden, dan zou ik het wegsmijten.

Standaard
Beauty, Wijverij

Gelakt

Nooit gedacht dat de nonsens-put ooit zou uitdrogen, maar deze week heeft dediehier te kampen met een writers’ block. Nuja, een writers’ block kan je het niet noemen. Het zou niet echt aanvaardbaar zijn om deze verzameling van lullificatie onder de noemer ‘weloverwogen journalistiek’ te plaatsten. Pulitzer price winner, I ain’t. Maar soit, in het kort: de hulpeloosheid is deze week extra groot.

Die hulploosheid is trouwens een wederkerend thema als het op make-up en schoonheidsproducten aankomt. Voor een meisje dat aan veel meisjesachtige clichés voldoet (ik verwijs graag naar mijn CEO positie binnen Bleit Inc.), weet ik belachelijk weinig van alles wat ‘Beauty’ gerelateerd is. Ik geloof nog steeds geweldig in de alomvattende kracht van een pot Niveau bodylotion, BB crème en de knalrode lippenstift die trots op mijn toilettafel prijkt. Ironisch genoeg heb ik toch steeds een volledige middag nodig om me presentabel te maken als ik naar een of ander evenement moet. Meestal begint het met goede moed en de utopische gedachte dat het deze keer wel zal lukken om die eyeliner deftig te appliqueren.  Maar alles eindigt consequent in verfoeiing, gruwel en het woest naar buiten kegelen van alle make-upproducten die zich in de kamer bevinden. Dit soort falen en misnoegen vraagt dus tijd, een middag om precies te zijn.

Maar gelukkig heb ik een opinie over alles. Zeker over dingen waar ik eigenlijk bitter weinig van af weet. Dus daarom wil ik het vandaag graag hebben over het meest technisch uitdagende beauty-product dat deze aarde siert: nagellak.
Uw nagels netjes gelakt krijgen, is geen sinecure. De slaagkans tot Dahlia Lama worden lijkt me stukken realistischer dan het onder de knie krijgen van deze motorische terging.

Lieftallige Nathalie, 1/2 van het schoone-deerne-duo The Merrymakers, kwam met de volgende vraagstelling aanzetten:

Nagellak: hoe slaag je er in godsnaam in om dit als zelfrespecterende en drukke vrouw te onderhouden???

Aan de drie vraagtekens kan je merken dat het over een zeer dwingende en penibele kwestie gaat. Want als vrouw durf je als eens een bad nemen of een afwasje placeren (want ja, laten we eerlijk zijn, moest het van uw lief afhangen dan bleven die vuile potten nog twee weken staan). Twee water-activiteiten die moordend zijn voor pas -al dan niet perfect- gelakte nagels. En als werkende go-getter heb je niet iedere dag de tijd/het geduld om uur te lopen wapperen met pas gelakte handen. En zolang je niet in NYC woont, kost het crimineel veel geld om iedere week je nagels te laten doen door een professioneel iemand.

Maar wanhoop niet beste vrienden! Afgaande op mijn 5-jarige studie Kunstwetenschappen en talloze pogingen om zelf mijn nagels te verzorgen, heb ik de volgende theorie ontwikkeld:

Nagellak is in principe vernis. Slecht gedroogde vernis, zeker als je in laagjes werkt, zal veel makkelijker craqueleren of blaasjes vormen.
De truc is dus om alles goed te laten uitdrogen. Meestal doe ik de eerste (twee) lagen voor ik ga slapen, en appliqueer ik de volgende ochtend de laatste laag/topcoat. Het vraagt een beetje planning, maar uit ervaring weet ik dat de nagellak makkelijk een week houdt.
Als je nagellak toch begint te breken, smeer er gerust wat glitternagellak over, het verdoezelt de foutjes en je nagellak ziet er opnieuw proper uit. Hence, 10 zorgeloze dagen.
Een tweede optie is een afwasmachine kopen, plastieken handenschoenen dragen tijdens het baden of in een hermetisch afgesloten bubbel gaan werken. Doeltreffend? uiterst. Prettig? minder.

Het is duidelijk dat die universitaire studie toch zijn nut heeft gehad. Je kan stellen dat Kunstwetenschappen een beetje de universiteit van het leven is.

Meer tips en tricks zijn uiteraard welkom want de kans dat ik het bij het verkeerde eind heb, is nog steeds groot.

Bleit Inc. dankt u.

simpson_shotgun_makeup_homer_marge_meme

Standaard