Ik heb een heel zwaar leven

Mijn wasmachine heeft de doodssnik geven. Zo net voor we op reis vertrokken. En na 30 buitenzinnige telefoontjes naar een obscure helpdesk, wisten ze me te vertellen dat ze pas volgende week de boel komen herstellen. Hoogst traumatiserend.

Gelukkig is er toch één iemand die me hard verstaat.

 

La dolce vita

De Blandijnberg ligt er zo goed als verlaten bij, het stad begint lichtje naar de Gentse Feesten (aka kots, urine en plantaardige drugs) te ruiken en menig puber heeft zijn gruwelijke legging ingeruild voor een paar shorts. Het is zomer mensen.
Nuja, de term ‘zomer’ gebruiken hier in België, blijft behoorlijk risqué. De kans dat we een goddeloze hagelstorm op ons dak krijgen, blijft realistisch. Daarom trekken wij een dikke week naar Italië. In navolging van de Romeinse perversie, wordt het een week lang op zeer decadente manier leven en overleven. U leest het goed, dat wordt geheel verantwoord aperitieven om 14u ’s middags. Tchin Tchin.

Maar reizen brengt toch altijd wat onnodige stress en perikelen met zich mee. Stress en perikelen die makkelijk te ontwijken zijn door een goede organisatie en wat doordacht plannen. Maar zo zijn we niet. Dus trekken we altijd in een waas van hysterie richting buitenland.
De pijnpunten variëren naargelang de reisplannen, maar enkele topic zijn ondertussen toch een vaste waarde geworden.

Zoals: onze planten. Correctie, het laatste beetje groen dat moedig voor zijn leven blijft vechten.
Ondanks mijn West-Vlaamse afkomst, heb ik absoluut geen voeling met de natuur. Ik ben er heilig van overtuigd dat het nooit genoeg regent (ja want het regent nooohoooit in België), dus verdrink ik mijn eigen planten meestal in grote volumes water. Het is geen opzet, het is echt uit liefde en bezorgdheid. Het ongeloof is dan ook vreselijk groot eens ik merk dat een zoveelste plant  aan een stille dood sterft.
Ondertussen staat ons huis vol ven cactussen en vrouwentongen, want Mijn Beste vond het onnodig om nog geld uit te geven aan exotische planten. Sterven doen ze toch.
Keer op keer is het paniek voor we vertrekken; wie zal de planten verzorgen?! Niet dat eigenlijk water nodig hebben maar gelukkig hebben we twee heerlijke, flexibele buurvrouwen.

Een ander iets, is de was. Moest het van Mijn Beste afhangen, dan heb je eigenlijk drie paar onderbroeken en één zwemshort nodig om een week Italië te overleven. Wat mij betreft: net iets anders. Ik ben graag voorbereid op eender wat voor een scenario: tyfoon, apocalyps of zandstorm. Dat betekent dus dat mijn kleerkast integraal mee verhuist. Hence: de was moet erdoor.
Weken voor vertrek heb ik mijn wasprogramma klaar;  net als een Zwitsers zakhorloge werk ik alle wasjes punctueel en minutieus af. Een lege wasmand dat netjes in de badkamer staat te prijken, maakt me dan ook bijzonder gelukkig.
Het is dan ook vuur spuien als Mijn Beste de dag van vertrek meldt dat zijn broek ab-so-luut gewassen moeten worden want die moet ab-so-luut mee op reis. Het zal toch ooit eens uitmonden in een passionele moord, mark my words.

 

 

Mr. Fix-It

4382dea2660f11e2b17a22000a1fa432_7

Het is bijna een jaar geleden dat mijn beste mij in huis heeft genomen. Ik weet zeker dat hij het zich een keer of duust heeft beklaagd, maar sinds we elkaar nog niet naar de keel gevlogen zijn, kan ik stellen dat het allemaal goed loopt. Dat allemaal ondanks ik zo overtuigd was dat ik noooooit met iemand voor mijn vijfentwintigste ging samenwonen want ik was zo kei-onafhankelijk en zo kei-zelfstandig en een moderne vrouw als ik had geen man in huis nodig. NOT.

Zo een man in huis, dat is eigenlijk zo mis nog niet. Dat kan de vuilzak buiten zetten, dat pompt de banden van je fiets op, dat houdt uw bed warm en dat kan dingen herstellen. Een handigheid dat gisteren schitterend van pas is gekomen.
Er zijn weinig dingen in het huishouden die me dierbaar zijn, maar ik zou niet meer zonder mijn wasmachine & droogkast kunnen. Zonder te zeveren kan ik zeggen dat ze een existentie van mezelf geworden zijn.  I kid you not.
De paniek was dan ook groot toen ik gisteren opmerkte dat een rood lampje was beginnen branden. Ik ben niet de handigste thuis maar er is één iets wat ik wel begrijp: groene lampjes zijn goed, rode lampjes betekent problemen. Rationeel als ik ben, ben ik gewoon maar hysterisch beginnen gillen en manisch op zoek gegaan naar een emmer & dweil. Want ja, er zat nog was (de machine was halverwege gestopt) in en dat kon ik onmogelijk twee dagen laten zitten in afwachting van een loodgieter. PLUS! ik had nog twee manden was staan. U ziet maar, mijn tilt slaan was dus zeer gegrond.
Dat was buiten Andrew gerekend. Na een volle 10 minuten onbesuisd gedoe & zacht gesnik stelde hij voor om even te kalmeren zodat hij op het gemak een oplossing kon zoeken op Youtube.
Zeven minuten en vijf emmers water later was het probleem opgelost. Blijkt dat drie kleine haarspeldjes die nog in broek staken, de pomp van de wasmachine hebben verstopt. Het was dus mijn eigen, idiote, stomme schuld. Punten voor mezelf & nog een uitstekend plan dat in mijn goed-ideeën-boek kan.

Ik kan eigenlijk alleen maar besluiten dat het voor mijn algemene gezondheid misschien geen slecht idee is om bij mijn beste te gaan inwonen.